Tweeëntwintig WK-finales, acht verschillende winnaars, 96 jaar voetbalgeschiedenis. Van Uruguay’s triomf in 1930 voor 68.000 toeschouwers in Montevideo tot Messi’s bekroning in Qatar in 2022, steeds opnieuw leverde het wereldkampioenschap momenten die het voetbal voorgoed veranderden. Brazilië staat bovenaan met vijf titels. Duitsland en Italië volgen met vier. En Nederland? Drie finales, nul titels. Geen ander land droeg die last zo lang.
Acht landen, tweeëntwintig toernooien
Van de ruim tweehonderd FIFA-lidstaten hebben er slechts acht ooit de wereldbeker omhoog gehouden. Brazilië is recordhouder met vijf wereldtitels: 1958, 1962, 1970, 1994 en 2002. Duitsland (inclusief West-Duitsland) en Italië volgen met elk vier. Argentinië pakte er drie, Frankrijk en Uruguay elk twee, en Engeland en Spanje wonnen het toernooi één keer.
Opvallend: elke WK-winnaar ooit kwam uit Europa of Zuid-Amerika. Geen enkel Afrikaans, Aziatisch of Noord-Amerikaans land won het toernooi. En slechts twee landen slaagden erin om hun titel direct te prolongeren. Italië deed het in 1934 en 1938, Brazilië in 1958 en 1962. Sindsdien faalde elke titelverdediger.
De Maracanazo en het Mirakel van Bern
Het eerste WK in 1930 werd gewonnen door gastland Uruguay, dat Argentinië in de finale met 4-2 versloeg. Italië pakte daarna de titels van 1934 en 1938, het eerste land dat zijn wereldtitel verlengde. Toen volgden twaalf jaar stilte. De Tweede Wereldoorlog maakte de WK's van 1942 en 1946 onmogelijk.
Bij de herstart in 1950 gebeurde iets onvoorstelbaars. Brazilië domineerde het toernooi op eigen bodem en versloeg in de finalegroep achtereenvolgens Zweden met 7-1 en Spanje met 6-1. In de beslissende wedstrijd tegen Uruguay, voor bijna 200.000 toeschouwers in het gloednieuwe Maracanã, hoefde Brazilië slechts gelijk te spelen. Uruguay won met 2-1. Het werd de Maracanazo genoemd, het Maracanã-trauma, en het litteken is in Brazilië nooit volledig geheeld.
Vier jaar later volgde het Mirakel van Bern. West-Duitsland versloeg het oppermachtige Hongarije met 3-2 in de finale, nadat diezelfde Duitsers eerder in het toernooi nog met 8-3 van de Hongaren hadden verloren. Het was het begin van Duitsland als voetbalgrootmacht.
Pelé, drie titels, één mythe
Brazilië won in 1958 zijn eerste wereldtitel door gastland Zweden met 5-2 te verslaan. Een zeventienjarige Pelé scoorde twee keer in die finale. Hij was 17 jaar en 249 dagen oud, en zou de jongste speler blijven die ooit in een WK-finale scoorde. Brazilië prolongeerde de titel in 1962 in Chili en completeerde het drieluik in 1970 in Mexico, waar het Italië met 4-1 versloeg in wat velen beschouwen als de mooiste WK-finale ooit gespeeld. Pelé werd de enige voetballer met drie wereldtitels.
Neeskens na 88 seconden, en daarna de stilte
Voor Nederlandse voetbalfans begint de WK-geschiedenis pas echt in 1974. Johan Neeskens schoot Oranje in de finale tegen West-Duitsland na 88 seconden op voorsprong vanaf de strafschopstip, de snelste goal ooit in een WK-finale. De Duitsers hadden op dat moment nog geen bal aangeraakt. Maar West-Duitsland draaide de wedstrijd via Paul Breitner en Gerd Müller en won met 2-1.
Vier jaar later stond Nederland opnieuw in de finale, dit keer zonder Cruijff, die om nooit volledig opgehelderde redenen thuisbleef. Argentinië won na verlenging met 3-1. Rob Rensenbrink raakte in de laatste minuut van de reguliere speeltijd de paal. Heel Nederland zag het gebeuren.
De derde Nederlandse finale kwam in 2010, in Johannesburg. Spanje won met 1-0 na verlenging dankzij een doelpunt van Andrés Iniesta in de 116e minuut. Eerder in de wedstrijd had Arjen Robben alleen voor keeper Iker Casillas gestaan. Casillas redde met zijn voet. Zoals je kunt lezen in ons overzicht van alle Ballon d'Or-winnaars, won Iniesta dat jaar niet de Gouden Bal. Die ging naar zijn ploeggenoot Messi. Voetbal heeft een eigenaardig rechtvaardigheidsgevoel.
Van penalty's in Pasadena tot Messi's kroon in Qatar
Het WK van 1994 bracht een primeur: de eerste finale die via strafschoppen werd beslist. Brazilië en Italië speelden 120 minuten zonder te scoren. Roberto Baggio, de beste speler van het toernooi, schoot de beslissende penalty huizenhoog over. Brazilië pakte zijn vierde titel.
Frankrijk won in 1998 voor het eerst het WK, op eigen bodem, met een 3-0 zege op Brazilië in de finale. Ronaldo, de Braziliaanse spits die het toernooi had moeten domineren, stond wel op het wedstrijdformulier maar was een schim van zichzelf. Tot op de dag van vandaag is niet volledig duidelijk wat er voor de wedstrijd is voorgevallen. Vier jaar later nam Ronaldo revanche door acht keer te scoren op het WK in Japan en Zuid-Korea, waar Brazilië zijn vijfde en voorlopig laatste wereldtitel pakte.
Italië won in 2006 na strafschoppen van Frankrijk, in een finale die niemand herinnert voor het voetbal maar iedereen voor de kopstoot van Zinédine Zidane op Marco Materazzi. Duitsland triomfeerde in 2014 in Brazilië dankzij een late goal van Mario Götze tegen Argentinië. En Frankrijk domineerde het WK van 2018 in Rusland, met een 4-2 zege op Kroatië in de finale.
En toen kwam Qatar. De finale van 2022 tussen Argentinië en Frankrijk eindigde in 3-3 na 120 minuten, met een hattrick van Kylian Mbappé en twee doelpunten van Lionel Messi. Argentinië won de strafschoppenserie met 4-2. Het was Messi's bekroning, het moment waarop de discussie over de beste voetballer aller tijden voor velen werd beslecht. Geoff Hurst in 1966 was de enige andere speler die ooit een hattrick scoorde in een WK-finale.
Patronen die je niet verwacht
De WK-geschiedenis onthult verrassende wetmatigheden. Zes keer won het gastland het toernooi: Uruguay in 1930, Italië in 1934, Engeland in 1966, West-Duitsland in 1974, Argentinië in 1978 en Frankrijk in 1998. Sinds dat laatste geval is het 28 jaar niet meer gebeurd.
Elke titelverdediger sinds Brazilië in 1962 faalde. Italië werd in de groepsfase uitgeschakeld in 2010, Spanje in 2014, Duitsland in 2018. Argentinië, de regerend kampioen, heeft die geschiedenis tegen op het WK 2026 in de Verenigde Staten, Canada en Mexico.
En dan is er de verdeling tussen continenten. Twaalf keer won een Europees land, tien keer een Zuid-Amerikaans land. Geen enkel ander continent kwam zelfs in de buurt van de finale, laat staan de titel. Of dat in 2026 verandert, met 48 landen in plaats van 32, valt te bezien.
Veelgestelde vragen
Welk land won het WK het vaakst?
Brazilië is recordhouder met vijf wereldtitels: 1958, 1962, 1970, 1994 en 2002. Duitsland en Italië volgen met elk vier titels, Argentinië heeft er drie.
Heeft Nederland ooit het WK gewonnen?
Nee. Nederland verloor drie WK-finales: in 1974 tegen West-Duitsland (2-1), in 1978 tegen Argentinië (3-1 na verlenging) en in 2010 tegen Spanje (1-0 na verlenging). Geen ander land stond zo vaak in de finale zonder te winnen.
Waarom was er geen WK in 1942 en 1946?
De Tweede Wereldoorlog maakte internationale sporttoernooien onmogelijk. Het WK van 1942 was oorspronkelijk toegewezen aan Brazilië, maar werd geannuleerd. Ook in 1946 ging het niet door vanwege de nasleep van de oorlog. Het toernooi keerde pas terug in 1950.
Welke landen prolongeerden hun wereldtitel?
Slechts twee landen slaagden daarin. Italië won in 1934 en 1938 onder dezelfde coach, Vittorio Pozzo. Brazilië deed het in 1958 en 1962 met onder anderen Pelé en Garrincha. Sindsdien faalde elke titelverdediger.
Wie scoorde een hattrick in een WK-finale?
Twee spelers. Geoff Hurst maakte drie doelpunten voor Engeland in de finale van 1966 tegen West-Duitsland (4-2 na verlenging). Kylian Mbappé evenaarde dat record in 2022 voor Frankrijk tegen Argentinië, maar verloor ondanks zijn hattrick.