Naar de inhoud
Analyses

Udinese scouting: hoe één provincieclub 800 miljoen euro verdiende aan transfers

Udinese had tussen 1993 en 2025 het meest succesvolle scoutingmodel van Europa. De familie Pozzo bouwde een netwerk van 25 tot 30 fulltime scouts in Zuid-Amerika, Afrika en Oost-Europa, kocht onbekende talenten voor bijna niks, en verkocht ze door voor fortuinen. Totale winst op transfers: ruim 800 miljoen euro, ongeveer 40% van alle clubinkomsten. Dit […]

Portretfoto van Bas Willemsen Bas Willemsen 8 min leestijd Analyses

Udinese had tussen 1993 en 2025 het meest succesvolle scoutingmodel van Europa. De familie Pozzo bouwde een netwerk van 25 tot 30 fulltime scouts in Zuid-Amerika, Afrika en Oost-Europa, kocht onbekende talenten voor bijna niks, en verkocht ze door voor fortuinen. Totale winst op transfers: ruim 800 miljoen euro, ongeveer 40% van alle clubinkomsten. Dit is hoe het werkte, en waarom de familie in april 2025 besloot dat het genoeg was.

De club die nooit hoorde te overleven

Udine is een stad van ongeveer 100.000 inwoners in het noordoosten van Italië, tegen de Sloveense grens aan. De thuishaven, het Stadio Friuli, trok in goede seizoenen zo’n 17.000 toeschouwers per wedstrijd. Ter vergelijking: Ajax haalt op een doordeweekse avond meer fans dan Udinese ooit op een topzondag.

Een club van die omvang hoort niet in de top van de Serie A. Hoort geen Champions League te spelen. Hoort geen spelers af te leveren als Alexis Sánchez, Samir Handanović, Juan Cuadrado en Rodrigo De Paul.

En toch gebeurde het. Vier decennia lang. Het antwoord zit in één beslissing uit 1993.

Het moment waarop alles veranderde

Giampaolo Pozzo, een gereedschapsfabrikant uit Udine, kocht Udinese in 1986. De eerste jaren waren zwaar. Een gokschandaal leidde meteen tot degradatie, de club stuiterde tussen Serie A en Serie B, en in 1990 werd Pozzo zelf beschuldigd van matchfixing na een afgeluisterd telefoongesprek.

In 1993 trad zijn zoon Gino Pozzo aan. Hij deed iets wat toen ongebruikelijk was: hij bouwde een internationaal scoutingnetwerk. Geen afdeling van drie man die Italië afreisde, maar uiteindelijk 25 tot 30 fulltime scouts die de wereld over reisden. Zuid-Amerika, Afrika, Oost-Europa. Plekken waar andere Serie A-clubs zelden keken.

De logica was simpel. Udinese kon niet concurreren met Juventus, Milan of Inter op salarissen of transfersommen. Dus moesten ze kopen waar die clubs niet zochten, voor prijzen die die clubs niet de moeite waard vonden. En verkopen voor het bedrag waarvoor die clubs normaal hun eerste bod zouden doen.

Het werd het Pozzo-model. En het werkte decennialang.

De grote verkopen: een overzicht

De lijst van spelers die Udinese binnenhaalde en met forse winst doorverkocht is bizar lang. Een greep uit veertig jaar scoutingwerk.

Márcio Amoroso kwam in 1996 voor iets meer dan een miljoen euro uit Brazilië. Drie jaar later vertrok hij naar Parma voor 37 miljoen euro. Dat bleef decennialang de duurste verkoop in de clubgeschiedenis.

Oliver Bierhoff werd in 1995 uit de Serie B gehaald. Drie jaar later, inmiddels Europees kampioen met Duitsland, vertrok hij naar AC Milan als een van de beste spitsen van Europa.

Alexis Sánchez is het iconische voorbeeld. Udinese haalde hem in 2006 uit Chili en leende hem meerdere seizoenen uit. In 2011 werd hij verkocht aan Barcelona voor 26 miljoen euro, plus 11,5 miljoen euro aan bonussen. Pure winst op een tiener die ze voor een fractie hadden opgepikt.

Samir Handanović kwam voor weinig uit Slovenië en werd keeper en aanvoerder van Inter. Juan Cuadrado kwam uit Colombia en werd later verkocht aan Fiorentina en Chelsea. Mehdi Benatia kwam van Marseille voor een paar miljoen en ging voor 28 miljoen naar Roma. Rodrigo De Paul kwam in 2016 voor 3 miljoen uit Valencia en vertrok in 2021 voor 35 miljoen naar Atlético Madrid, waar hij een jaar later wereldkampioen werd met Argentinië.

En dan zijn er nog Kwadwo Asamoah, Mauricio Isla, Piotr Zieliński, Alex Meret, Allan, Roberto Pereyra en Gökhan Inler.

Interactieve data

De transferwinsten van Udinese

De grootste verkopen uit het Pozzo-tijdperk (1993-2025). Klik op een kolomkop om te sorteren.

€800M+
Totale transferwinst
39
Jaar Pozzo-tijdperk
25-30
Fulltime scouts
Speler Herkomst Verkocht Naar Bedrag
Bedragen zijn schattingen op basis van publieke bronnen. Bron: Transfermarkt

Waarom niemand dit echt kon kopiëren

Veel clubs zeggen dat ze een scoutingmodel hebben. Sevilla is er goed in. Atalanta doet iets soortgelijks. Brentford is de Premier League-variant. Maar wat Udinese onderscheidde, waren drie dingen die samen moeilijk na te bootsen bleken.

Consistentie in een instabiele sport. Bij de meeste clubs wisselt het bestuur mee met de trainer, en de scoutingstrategie mee met het bestuur. Udinese had één eigenaar, één strategie, één filosofie, van 1986 tot 2025. Trainers kwamen en gingen, maar het scoutingbeleid veranderde niet.

Gino Pozzo legde dat zelf ooit zo uit in een interview met The European Business Review: "De trainer verandert steeds, maar de stijl van spelers aantrekken en ontwikkelen blijft consistent. Daarom kunnen coaches geen hoofdrol spelen in transfers voor jonge spelers, dat zijn beslissingen die twee jaar vooruitkijken."

Dat is een onmogelijk verhaal bij een club waar elke nieuwe trainer eigen spelers wil halen. Bij Udinese had de trainer het daar maar mee te doen.

Het multi-club-systeem. De Pozzo-familie kocht in 2009 het Spaanse Granada (toen derde divisie, bijna failliet) en in 2012 het Engelse Watford (toen Championship). Spelers stroomden heen en weer tussen de drie clubs. Een jonge Zuid-Amerikaan kon via Granada ritme opdoen, naar Udinese komen voor ontwikkeling, en uiteindelijk bij Watford in de Premier League geld opleveren.

Dit was multi-club-eigendom lang voordat City Football Group het concept industrialiseerde. Hoe het transfersysteem in het voetbal werkt is complex genoeg voor één club, de Pozzo's deden het met drie tegelijk.

De bereidheid om iedereen te verkopen. Dit is het stukje dat de meeste clubs niet kunnen. Ajax verkoopt talent, maar probeert iconen vast te houden. Real Sociedad wil haar sterren soms gewoon niet laten gaan. Udinese had die illusie nooit. Elke speler had een prijs, en als die prijs geboden werd, ging hij weg.

Geen sentiment, geen uitzonderingen voor publiekslievelingen. De enige uitzondering in dertig jaar was Antonio Di Natale, de clublegende die acht seizoenen topscorer bleef en nooit vertrok. Een unicum.

De keerzijde van het model

Dit klinkt als een succesverhaal, maar er was een prijs. Vanaf ongeveer 2012, toen de Pozzo-familie zich steeds meer op Watford richtte, zakte Udinese structureel weg in de Serie A. De eindklasseringen werden 13e, 14e, 17e.

Spelers werden nog steeds gescout en verkocht, maar de winst ging niet altijd terug naar Udinese zelf. Die ging deels naar Watford, waar de familie tussen 2014 en 2018 netto ongeveer 120 miljoen pond investeerde, terwijl Udinese in diezelfde periode netto 56 miljoen pond verdiende aan transfers. Geld dat uit de club wegvloeide.

Voor Udinese-fans werd het model een bron van frustratie. De club werd een kweekvijver voor het bredere Pozzo-imperium, geen club met eigen ambitie. Champions League-plekken van 2005 en 2012 werden herinneringen uit een andere tijd. Het model werkte nog, maar niet meer voor Udinese zelf.

Het einde en wat erna komt

Op 15 april 2025 werden de verkoopdocumenten voorlopig getekend. Guggenheim Partners nam Udinese over, de Amerikaanse investeerder uit New York met zo'n 350 miljard dollar onder beheer en eigenaar van onder andere Chelsea, de LA Lakers en de LA Dodgers. Udinese werd daarmee de negende Serie A-club met Amerikaans eigendom, en de twaalfde met buitenlandse eigenaren.

De vraag is nu wat er overblijft van het Pozzo-model zonder de Pozzo's. Guggenheim runt Chelsea op een compleet andere manier, met enorme transferbudgetten en een aanpak die geld uitgeeft in plaats van verdient. Gaat Udinese veranderen in een satellietclub voor Chelsea-talenten? Of krijgt de scoutingafdeling tijd en vrijheid om door te bouwen op veertig jaar ervaring?

Wat we wel weten: 39 jaar lang lukte het een club uit een stad van 100.000 mensen om spelers af te leveren waar de grootste clubs ter wereld voor in de rij stonden. Meer dan 800 miljoen euro aan transferwinst. Een scoutingnetwerk dat door alle grote Europese clubs werd bestudeerd en nagemaakt.

Het Pozzo-model wordt vanaf nu een hoofdstuk in de voetbalgeschiedenis. De vraag is of Udinese zelf ook niet een hoofdstuk wordt, of dat de tweede helft van het verhaal nog geschreven moet worden. Dat antwoord krijgen we pas over een paar jaar, als blijkt wie er nog zit in het scoutingkantoor in Udine en waar ze nog kijken.

Veelgestelde vragen

Hoeveel heeft Udinese verdiend aan transfers onder de Pozzo-familie?

Ruim 800 miljoen euro aan transferwinst, goed voor ongeveer 40% van alle clubinkomsten in de Pozzo-periode (1986-2025).

Wie was de duurste verkoop in de geschiedenis van Udinese?

Márcio Amoroso naar Parma in 1999, voor 37 miljoen euro. Rodrigo De Paul (35 miljoen naar Atlético Madrid in 2021) en Alexis Sánchez (26 miljoen plus bonussen naar Barcelona in 2011) komen daar dicht in de buurt.

Hoeveel scouts had Udinese wereldwijd?

Het scoutingnetwerk bestond op zijn hoogtepunt uit 25 tot 30 fulltime scouts, voornamelijk actief in Zuid-Amerika, Afrika en Oost-Europa.

Waarom kocht de familie Pozzo meerdere clubs?

Om spelers tussen clubs te kunnen bewegen voor ontwikkeling en doorverkoop. Granada (2009-2016) en Watford (2012-heden) functioneerden als onderdeel van hetzelfde systeem, met spelerstransfers tussen de drie clubs.

Wie is de nieuwe eigenaar van Udinese?

Guggenheim Partners, een Amerikaanse investeerder uit New York met ongeveer 350 miljard dollar aan beheerd vermogen. Ze zijn ook eigenaar van Chelsea (Premier League), de LA Lakers (NBA) en de LA Dodgers (MLB).

Deel dit artikel

Meer uit Analyses

Portretfoto van Bas Willemsen

Over de auteur

Bas Willemsen

Bas Willemsen schrijft al sinds zijn studietijd over sport, eerst voor het universiteitskrantje in Utrecht, later voor regionale sportredacties en een handvol onafhankelijke platforms. Zijn vertrekpunt is voetbal, met name buitenlandse competities die Nederlandse media structureel onderbelichten, maar zijn interesse stopt niet bij de aftrap. Wat hem fascineert is de structuur achter de sport. Hoe clubfinanciën werken. Waarom de ene competitie wereldtalent aantrekt en de andere het wegjaagt. Hoe een land als Japan in dertig jaar tijd een voetbalcultuur opbouwde die Europa serieus neemt. Die vragen spelen bij voetbal, maar net zo goed bij andere sporten. De liefde voor de Serie A begon in 2008, toen hij een semester in Bologna doorbracht en voor het eerst voetbal beleefde zoals Italianen het beleven. Sindsdien volgde hij de competitie op de voet, maar leerde onderweg ook dat de mooiste sportverhalen vaak naast het grote nieuws worden verteld. Bij GoalScore is dat precies het uitgangspunt. Buiten de sport: leest te veel, kijkt te weinig series, en heeft een niet te rechtvaardigen mening over welke Italiaanse stad de beste espresso serveert. Het antwoord is Napels. ;-)

Ontvang de wekelijkse briefing.

Geen ruis. Alleen de scherpste analyses en diepteverhalen uit de sportwereld. Elke zondagochtend in je inbox.