Tien landen. Zeventien toernooien. Eén ploeg die er met kop en schouders bovenuit steekt. De EK winnaars sinds 1960 vormen een lijst vol logica en chaos tegelijk. Spanje won vier keer en is recordhouder. Maar tussen de favorieten staan twee namen die er niet horen te staan: Denemarken in 1992 en Griekenland in 2004. Dat zijn niet de uitzonderingen die de regel bevestigen. Dat zijn de momenten die de regel slopen.
De Sovjet-Unie won het allereerste EK in 1960, na een 2-1 in de verlenging tegen Joegoslavië in Parijs. Vierenzestig jaar later sloot Spanje de cirkel met een record. Daartussen zit een patroon dat verrassend hardnekkig is.
Spanje is de enige met vier titels
Spanje won in 1964, 2008, 2012 en 2024 en is daarmee de meest succesvolle ploeg in de geschiedenis van het toernooi. Bij UEFA staat het zwart op wit: vier titels uit vijf finales. Geen enkel ander land komt in de buurt.
Duitsland (inclusief West-Duitsland) volgt met drie titels: 1972, 1980 en 1996. Frankrijk won twee keer, in 1984 en 2000. Daarna wordt de lijst een verzameling van eenmalige kampioenen. Italië, de Sovjet-Unie, Tsjecho-Slowakije, Nederland, Denemarken, Griekenland en Portugal: allemaal precies één keer.
Spanje deed in 2008 en 2012 iets wat niemand anders lukte. De titel prolongeren. Twee EK's op rij, met daartussen het WK van 2010, een gouden generatie die het Europese voetbal drie toernooien lang domineerde. Toen in 2024 de vierde titel volgde, met een 2-1 tegen Engeland in Berlijn, was het record definitief.
Het gastland-voordeel is echt, maar zeldzaam
Drie keer won het gastland zijn eigen EK. Spanje in 1964, Italië in 1968 en Frankrijk in 1984. Daarna nooit meer. Een analyse van Opta Analyst bevestigt het: in zeventien edities lukte het slechts driemaal, en alle drie de keren in de eerste helft van de geschiedenis van het toernooi.
Het patroon kantelde toen de toernooien groter werden. Frankrijk haalde in 2016 als gastland de finale, maar verloor van Portugal. Portugal zelf stond in 2004 thuis in de finale en ging onderuit tegen Griekenland. Het thuisvoordeel bestaat, maar het garandeert niets. Sterker nog: de laatste twee gastlanden die de finale haalden, verloren allebei.
Dat zegt iets over hoe het voetbal is veranderd. In 1964 speelde een toernooi zich af over vier ploegen en een handvol wedstrijden. Eén goede avond volstond bijna. Nu moet een ploeg zeven wedstrijden overleven tegen 23 andere landen. Het publiek helpt. Maar het wint geen toernooi meer in zijn eentje.
Denemarken 1992: opgeroepen vanaf het strand
Denemarken plaatste zich niet eens voor het EK van 1992. Joegoslavië deed dat, maar werd vanwege de oorlog op de Balkan uitgesloten. Denemarken schoof als nummer twee van de kwalificatiegroep aan, tien dagen voor het toernooi. Het verhaal dat spelers van het strand werden geplukt is grotendeels mythe, maar de voorbereiding was minimaal.
En toch. Denemarken versloeg in de halve finale titelverdediger Nederland na strafschoppen. In de finale in Göteborg ging het met 2-0 langs het herenigde Duitsland, dat net wereldkampioen was geweest. Het was een van de grootste stunts uit de geschiedenis van het internationale voetbal. Een ploeg die er niet bij hoorde, won alles.
Griekenland 2004: 80-1 bij de bookmakers
Twaalf jaar later deed Griekenland het nog gekker. De Grieken begonnen het toernooi als outsider met een notering van 80 tegen 1, schrijft ESPN in zijn terugblik. Ze hadden voor 2004 nooit een wedstrijd gewonnen op een groot eindtoernooi.
Onder de Duitse trainer Otto Rehhagel speelde Griekenland een ijzeren, defensief blok. Ze schakelden gastland Portugal uit in de groepsfase, daarna titelverdediger Frankrijk, daarna Tsjechië. In de finale stond opnieuw Portugal. Angelos Charisteas kopte na een hoekschop de enige goal binnen. 1-0. Griekenland was kampioen van Europa, met een doelsaldo dat in zeven wedstrijden op slechts zeven goals voor uitkwam.
Twee verrassingswinnaars, twaalf jaar uit elkaar, met precies hetzelfde recept. Een hechte ploeg, een briljante organisatie, en grote namen die zich stukbeten op een muur. Het bewijs dat het EK net iets vaker ruimte laat voor de underdog dan andere toernooien. Nederland weet er alles van: het land dat nog nooit het WK won, pakte in 1988 wel zijn enige grote prijs op een EK.
Oranje, 1988, de enige ster
Nederland won het EK van 1988 in West-Duitsland. Marco van Basten, Ruud Gullit, Frank Rijkaard. De halve finale tegen het gastland kreeg een lading die ver boven voetbal uitsteeg. In de finale ging de Sovjet-Unie met 2-0 onderuit, met de inmiddels onsterfelijke volley van Van Basten als sluitstuk.
Het is de enige grote prijs die het Nederlands elftal ooit won. Drie WK-finales verloren, één EK gewonnen. De spelers van die generatie domineerden ook individueel: meerdere Nederlandse Ballon d'Or-winnaars kwamen uit precies deze lichting. Van Basten won de prijs in datzelfde jaar 1988.
Hoe de EK-erelijst zich verhoudt tot de rest
Het EK is selectiever dan het WK. Waar het wereldkampioenschap acht verschillende winnaars kent, telt het EK er tien, op minder edities. Dat komt doordat Europa de zwaarste voetbalcontinent is. Wie hier wint, klopt de wereldtop. Een blik op de lijst van alle WK-winnaars laat zien hoeveel namen op beide erelijsten terugkeren: Duitsland, Italië, Frankrijk, Spanje.
Op clubniveau zie je dezelfde landen terug. De erelijst van de Champions League-winnaars wordt gedomineerd door Spaanse, Italiaanse, Engelse en Duitse clubs. Het EK is in zekere zin de landenversie van diezelfde machtsverhouding. Met dat ene verschil: af en toe glipt er een Denemarken of Griekenland tussendoor. Op clubniveau gebeurt dat vrijwel nooit.
Veelgestelde vragen
Wie heeft de meeste EK-titels?
Spanje is recordhouder met vier titels: 1964, 2008, 2012 en 2024. Duitsland volgt met drie. Spanje is ook het enige land dat de titel prolongeerde, in 2008 en 2012. In 2024 brak Spanje met de vierde titel definitief los van de rest.
Welke landen wonnen het EK als gastland?
Slechts drie keer won het gastland zijn eigen EK: Spanje in 1964, Italië in 1968 en Frankrijk in 1984. Sindsdien lukte het geen enkel gastland meer. Frankrijk in 2016 en Portugal in 2004 haalden thuis wel de finale, maar verloren.
Wat was de grootste verrassing in de EK-geschiedenis?
Denemarken in 1992 en Griekenland in 2004. Denemarken mocht pas tien dagen voor het toernooi meedoen na de uitsluiting van Joegoslavië en won alsnog. Griekenland begon als 80-1 outsider en had nooit eerder een eindtoernooiwedstrijd gewonnen.
Heeft Nederland ooit het EK gewonnen?
Ja, één keer. In 1988 in West-Duitsland, met een 2-0 zege op de Sovjet-Unie in de finale. Het blijft de enige grote prijs die het Nederlands elftal ooit won. De beroemde Van Basten-volley maakte de overwinning compleet.
Wie won het allereerste EK?
De Sovjet-Unie won het eerste EK in 1960. In de finale in Parijs werd Joegoslavië met 2-1 verslagen na verlenging, met Viktor Ponedelnik als matchwinner. Het toernooi heette toen nog de Europese Nations Cup en telde slechts vier deelnemers in de eindfase.